Zo voelt een onverwachte bureaucratische opsteker

Voor de achtste keer vulde ik dit jaar de aanvraag in voor het leerlingenvervoer voor onze zoon Twan, inderdaad bureaucratisch. Twan is elf en zit op een school voor speciaal onderwijs. Ten gevolge van een erfelijke, progressieve aandoening (Ataxia-Telangiectasia) heeft Twan onderwijs nodig waarin zorg en therapieën zijn geïntegreerd.

Elk jaar krijgen we in maart/ april een brief van de gemeente waarin wordt aangegeven dat het vervoer voor het volgend schooljaar weer moet worden aangevraagd.

Elk jaar weer dezelfde vragen…

Kan uw kind met het openbaar vervoer naar school?
Kan uw kind niet dichterbij naar school?
Kunt u zelf uw kind naar school brengen en weer ophalen? Enz, enz.

Bureaucratisch gedoe

Daarnaast wordt er altijd een verklaring gevraagd van school of van een arts; een verklaring waarin staat dat het leerlingenvervoer écht nodig is en dat we het niet zomaar voor de lol aanvragen. Stel je voor.

Elk jaar weer zit ik met een brok in mijn keel de pagina’s in te vullen, soms letterlijk met de tranen over mijn wangen.

Het is zó pijnlijk.
Zó confronterend.
Zó onnodig.

Elk jaar weer vul ik bij het vakje ‘opmerkingen’ in dat ik heel blij ben met het leerlingenvervoer, maar dat ik verdrietig word van deze aanvraag. Dat ik niet goed begrijp dat dit nodig is voor een kind met een ongeneeslijke, progressieve ziekte. Waarom niet even een telefoontje waarin ze vragen  hoe het gaat, hoe we het leerlingenvervoer ervaren, of er dingen gewijzigd zijn en of Twan volgend jaar weer gebruik wil maken van het leerlingenvervoer. Even moment van betrokkenheid door persoonlijk contact en het scheelt nogal wat correspondentie en dus tijd aan beide kanten.

Voorgaande jaren werd de indicatie afgegeven en kwam er niemand terug op mijn opmerkingen.

Dé opsteker

Maar dit jaar… Ik kreeg een mail met een reactie en dat niet alleen, ik kreeg zelfs een aanbod; voor de rest van Twans basisschool carrière kan er een indicatie afgegeven worden.

Súper!

Eindelijk voor elkaar waar ik al die jaren om gevraagd heb. Dat het nu eigenlijk niet meer uitmaakte omdat Twan zijn laatste basisschooljaar ingaat, vergeet ik maar even. We kijken met Twan nooit zover vooruit maar wie weet kan het van pas komen voor het voortgezet onderwijs.

De aanhouder wint? Heus niet altijd maar in dit geval ben ik blij dat ik volgehouden heb. Vaak voelt het zorgen voor een kind met een beperking vooral heel zwaar door de bureaucratie. Alle aanvragen, regels en controles maken het soms om te huilen.

Dit is een onverwachte opsteker. Dank gemeente Veenendaal!

bureaucratisch

Wat als je wekenlang moet bellen om een booster te krijgen

Alfred, de nieuwe bewoner van Hesters zorginitiatief, is altijd blij met bezoekers. Als hij iemand aan ziet komen, maakt hij de deur met een zwierig gebaar voor ze open en stelt ze dan altijd dezelfde vraag: met welke auto ben je gekomen?

Vanavond staat hij niet bij de deur, maar zit hij op de bank in de huiskamer. Hester zit naast hem. Allebei hebben ze hun pyjama al aan. Op de tv staat een vrolijk showprogramma op met zingende BN-ers dat ik thuis nooit zou kijken. Als Alfred me ziet, kijkt hij op en stelt hij de vraag over de auto alsnog. Om me daarna meteen iets te vertellen. ‘Prikje gehad’, zegt hij nadrukkelijk.

Booster

‘Ja, ze hebben de booster gehad’, beaamt de begeleidster vanachter haar laptopje aan de andere kant van de huiskamer. ‘En Alfred was hartstikke stoer’.
‘Echt waar, Alfred?’, vraag ik. Alfred knikt. ‘Niet gehuild of geschreeuwd?’ Weer knikt Alfred met een grote glimlach op zijn gezicht en kijkt verwachtingsvol naar mij. Natuurlijk geef ik hem het compliment dat hij vraagt. ‘Wat knap van jou!’ Hij lacht breed.
‘Eindelijk’, zeg ik tegen de begeleidster. ‘Ja, eindelijk’, zucht ze. Want het is vijf voor twaalf met al die explosief stijgende besmettingen en de kans dat één of meerdere bewoners in de komende weken besmet raken is levensgroot. Eigenlijk is het al vijf over twaalf.

Weken is de begeleiding aan het bellen geweest om de bewoners geboosterd te krijgen. Iedereen die wel mobiel is of in een grotere instelling verblijft en in aanmerking komt (en dat wenst) heeft zijn prik al weken binnen. Grote vaccinatielocaties sluiten eind deze week de deuren en zijn blijkbaar al klaar met hun werk, maar toch zijn de kwetsbare medebewoners van Hester pas nu, 25 januari, na veel smeken, bidden en bellen eindelijk geprikt. Om woedend van te worden.

Mij duurde het allemaal veel te lang. Een week voordat de andere bewoners geboosterd werden, was ik het helemaal zat en reed ik zelf met Hester naar de GGD. In mijn tas de beschikking van de rechtbank dat ik haar mentor ben. Niemand die ernaar vroeg, ook al zie je in één oogopslag dat Hester dit soort beslissingen niet zelf kan nemen. Twintig minuten later reed ik haar geprikt weer naar buiten.
Hester was trouwens stukken minder dapper dan Alfred. Toen ze het naaldje zag, vertrok haar mond en kneep ze mijn hand helemaal fijn. De koffie na afloop troostte haar. Bijwerkingen heeft ze niet gehad.

Hester en Alfred hebben geen benul van mijn boosheid om hun booster. Hester rolt een bolletje wol af en Alfred speelt met zijn speelgoedautootje. Ik probeer het te laten gaan en richt mijn blik op de mij onbekende BN-er op het scherm die zingend achter een muur vandaan komt. De begeleidster is achter haar laptop vandaan gekomen. ‘Koffie?’, vraagt ze.

booster

De zorg door de jaren heen doet mij denken aan mijn groentesoep

Al jarenlang kook ik soep. Lekkere groentesoep. Niks mis mee.
Een paar jaren geleden kwam er een kennis die zei: ‘Schrijf het eens op, hoe je die groentesoep maakt.’
Ik vond het een goed idee, en ik noemde het ‘protocol voor soep’. Als ik soep ging koken, deed ik dat precies volgens mijn protocol.

Toen kwam er iemand die zei: ‘Als je nou eens precies opschrijft wat je erin doet, dan kun je de ingrediënten afvinken op een lijst.’ Zo gezegd, zo gedaan. Ik noemde de lijst Huffels, en vergat niets toe te voegen. Het kostte wel meer tijd, maar dat nam ik maar voor lief. Als ik eens van huis moest, vroeg ik één van de kinderen in de groentesoep te roeren. Dat ging prima.

Toen zei mijn dochter: ‘Mam, je moet opschrijven wanneer je precies roert, hoelang, en hoe vaak.’
‘Dat is goed’, zei ik, en ik noemde het de soep-rapportage. Voortaan schreef ik eerst een overdracht voordat ik de deur uitging.

Mijn buurman, die bij de vrijwillige brandweer is, kwam langs. Hij vroeg of ik wel dacht aan de veiligheid. ‘Houd je wel aan de voorschriften, voor je het weet heb je de vlam in de pan.’ Daar had ik wel van gehoord, dus ging ik op cursus brandveiligheid, en, om het meteen maar goed te doen, leerde ik ook EHBO en reanimatie. We hadden die week geen tijd voor de soep.

Na de scholing, waarvoor wij een certificaat kregen, hoorde ik dat niet iedereen zomaar mee mocht helpen met mijn soep. Men moest bevoegd en bekwaam zijn. Ik noemde de nieuwe regels de BIG registratie: Bijzondere Instructies Groentesoep. Voortaan werd eerst bekeken of men een certificaat had voor er geroerd mocht worden. Helaas mochten mijn kinderen niet meer helpen. Maar we vormden een gespreksgroep, we evalueerden, controleerden, en hielden team-overleg. En als er tijd over was, maakte ik gauw nog wat soep.

Toen kwam mijn tante eens langs. Ze was op vakantie geweest, en had iets nieuws geleerd: JCI. ‘Dat betekent: Je Controleert Intensief’, zei ze. ‘Er zijn lijsten over hoe groot de pan moet zijn, hoe lang de pollepel, de potjes voor de ingrediënten, en richtlijnen voor de inrichting van de keuken. Ook mag je niet je keukenschort meer aan, maar moet je in je eigen kleding soep maken, dat is huiselijker.’

‘Hier heb ik lijsten voor de rapportage, het links- of rechtsom roeren, het vet-percentage, de calorieën, en natuurlijk de protocollen, de BIG-registratie, de observatielijsten, en de veiligheid- certificaten. En al deze lijsten worden periodiek gecontroleerd en ge-update. En we hebben een accreditatieplan, dat wil zeggen dat we bij elkaar in de pan gaan kijken. We houden evaluaties, en intervisies, kortom, aan alles wordt gedacht!’

U begrijpt, dit is allemaal erg handig, en er is veel voor te zeggen. Maar ik denk wel tijdens het invullen van al die lijsten: ‘Wie bekommert zich nog om de soep?’

groentesoep

Ouders helpen ouders met de dubbele kinderbijslag

Sinds 2015 bestaat de regeling Dubbele Kinderbijslag (voorheen Tegemoetkoming Onderhoud Gehandicapte Kinderen (TOG). Deze regeling is voor alle kinderen met extra zorg. Die extra zorg moet logisch voortkomen uit een diagnose of uit een vermoeden van een diagnose. Er zitten nogal wat haken en ogen aan deze regeling. Daarom heeft Marjon Post samen met haar zus in 2015 de Facebookgroep ‘Tips en Klachten Dubbele Kinderbijslag’ opgericht.

Je vraagt de dubbele kinderbijslag aan bij de SVB en die laat de beoordeling doen door het CIZ. Deze beoordeling gaat nu over 10 onderdelen waaruit de extra zorg moet blijken. Lichaamshygiëne, Gedrag, Zindelijkheid, Eten en Drinken, Alleen thuis zijn, Medische Verzorging, Buitenshuis, Bezighouden/ handreikingen, Communicatie, Mobiliteit. Per leeftijdscategorie moet je een aantal punten halen.

Dubbele Kinderbijslag

We hebben de Facebookgroep opgericht omdat we erg verontwaardigd waren over de beoordeling van onze kinderen.
Ik heb drie kinderen met autisme, voor twee van hen hadden we toentertijd de TOG aangevraagd. Daar werd de ene voor afgewezen (te weinig uren, want ze keken naar de indicatie van Jeugdzorg) en de ander zoon kreeg het wel.
Toen de TOG werd omgezet naar Dubbele Kinderbijslag hebben wij direct geprobeerd om ook de andere zoon in die regeling te krijgen. Tot onze grote verbijstering kreeg deze zoon het nu wel toegekend maar van de andere zoon niet verlengd. Dit terwijl de zorg helemaal niet anders was dan voorheen.
Ook mijn zus had eerst Dubbele Kinderbijslag voor twee kinderen maar ook bij haar werd het afgewezen. Terwijl we duidelijk zagen dat de zorg bij haar groter was, dan bij ons. We wilden met de FB-groep peilen of er meer mensen tegen deze beoordeling opliepen.

Al snel bleek dat heel veel kinderen met autisme werden afgewezen, en later kwamen we erachter dat dit ook gold voor kinderen met CF, diabetes en TOS. We kregen uiteindelijk na veel gezeur de criteria toegestuurd en die bleken totaal niet aan te sluiten bij de werkelijke extra zorg zoals in de wet bedoeld wordt.
Daarnaast lijkt de beoordeling een willekeur. Afhankelijk van de kennis en de goede wil van de beoordelaar.
We hebben zelfs rechtszaken gevoerd tot het einde. Maar mijn zus kreeg het niet.

Bewijslast

We zijn nu ruim 6 jaar verder. De regeling kreeg meer bekendheid doordat wij de media opzochten (o.a. Kassa, een petitie en kranten). We hebben ook veel gesprekken gehad met de verantwoordelijke instanties, samen met doelgroeporganisaties. Maar we komen er niet doorheen. Het CIZ heeft zelf het beoordelingssysteem bedacht en houdt daar stug aan vast. De SVB en ministerie zeggen gewoon dat ze er geen verstand van hebben en zo houdt CIZ haar machtspositie.

Afgelopen maanden hebben ze weer dingen veranderd en er zijn wel meer toekenningen (vaak na bezwaar van ouders) maar ook nu gaan er weer dingen mis. De bewijslast voor ouders ligt nog steeds hoog. Er wordt geen rekening met hen gehouden. Soms voelt het een beetje als de toeslagenaffaire. Niet luisteren en de regels belangrijker vinden dan de ouders (en kinderen).
De instanties hadden ook beloofd meer ‘reclame’ te maken voor deze regeling, maar ook dat is helaas niet gebeurd. Wat niemand weet, is goedkoper voor de overheid.

dubbele kinderbijslag

Een Wlz-indicatie aanvragen in 27 stappen

‘Zit Daniël eigenlijk in de Wlz, of krijg je nog PGB via de Jeugdwet?’ Ik drink koffie met een mede-moeder-van.
‘Wlz’, zeg ik. ‘Gelukkig wel!’
‘Was de aanvraag lastig? Ik zie er zo tegenop. Terwijl de Jeugdwet natuurlijk ook een draak is.’ De moeder roert in haar cappuccino en kijkt me vragend aan.
‘Nou’, zeg ik en knik, ‘dat was zeker gedoe. Ik heb de stappen toen bijgehouden, ik zoek ze voor je op.’

 

Stap 1. Ik wik en ik weeg. Daniël ontwikkelt zich nog prima, een Wlz-indicatie zou hem niet moeten passen.

Stap 2. Ik weeg en ik wik. Bij de Wlz vervalt die rare eis van de SKJ-registratie, waardoor ik veel meer vrijheid heb. En de Wlz is levenslang, ik hoef nooit meer opnieuw een indicatie aan te vragen.

Stap 3. Ik ga allebei aanvragen! Het is tenslotte niet mijn idee om zoveel wetten naast elkaar te laten bestaan. Dan kan ik er maar beter in shoppen.

Stap 4. Advies van de MEE-consulent die helpt met de aanvraag: ‘Ik zou wel een IQ-test laten doen’.

Stap 5. Ik wik en ik weeg. Ik ben eigenlijk tegen IQ-testen omdat ze zo weinig zeggen over wie Daniël is.

Stap 6. Ik weeg en ik wik. Ik struin mijn netwerk af naar informatie over IQ-testen en kies voor een non-verbale test.

Stap 7. Ik vraag de kinderarts om een brief met de bevestiging van zijn Downsyndroom. Een foto meesturen blijkt niet genoeg.

Stap 8. Ik verzamel een dikke map met alle informatie die ik kan vinden over Daan. Van logopedie-verslag tot groeidocument van school.

Stap 9. Na veel gevloek en getier is eindelijk alles geüpload naar het CIZ. Inclusief minutenschema en samenvatting wat nu eigenlijk zijn beperking is: ‘Hij heeft altijd toezicht nodig’.

Stap 10. In het ‘keukentafelgesprek’ maakt de CIZ-mevrouw kennis met Daniël. ‘Geen probleem’, concludeert ze. ‘Hij hoort echt in de Wlz thuis. U hoort binnen een paar dagen van ons.’

Stap 11. Na dik twee weken krijg ik een brief dat het CIZ aanvullende informatie aan wil vragen en dus nog geen beslissing kan nemen.

Stap 12. Weer drie weken later ga ik maar ‘ns bellen met het CIZ. ‘Ja’, zegt een andere vriendelijke dame aan de telefoon. ‘Iemand hier intern wil dat er een medisch specialist mee kijkt. Hoogst ongebruikelijk, maar we gaan uw aanvraag toch doorsturen.’

Stap 13. Hoera! De indicatie van de Jeugdwet is binnen. Ik kan hoe dan ook mijn zorgverleners betalen.

Stap 14. Het is kerstvakantie, ik hoor helemaal niets meer van het CIZ.

Stap 15. Opeens op een vrijdagmiddag half januari krijg ik een telefoontje: de Wlz-beschikking wordt afgegeven. De aardige CIZ-mevrouw laat zich ontvallen: ‘Het advies van die medisch specialist was niet nodig geweest, uw aanvraag komt in een interne evaluatie.’

Stap 16. Ik krijg een brief waarin staat: ‘U hoeft niets te doen, U krijgt vanzelf bericht van het Zorgkantoor.’

Stap 17: Na 2,5 week bel ik zelf maar ‘ns met het Zorgkantoor hoe het ermee staat en wat er nu gaat gebeuren.

Stap 18. Een half uur later belt er iemand anders van het Zorgkantoor -hoe toevallig- om een afspraak te maken voor een ‘Bewust Keuze Gesprek’.

Stap 19. Mijn tegensputteren dat ik al 7 jaar PGB heb en echt wel weet hoe het werkt helpt niet. De procedure is de procedure.

Stap 20. Voorafgaand aan het Bewust Keuze Gesprek krijg ik een pakket formulieren met de post. Na drie pagina’s heb ik al vier keer ons adres ingevuld en drie keer mijn BSN.

Stap 21. Ik leer een nieuw woord. Ik blijk de ‘Gewaarborgde Hulp’ van Daniël. Naast zijn wettelijk vertegenwoordiger en zijn moeder.

Stap 22. Voorafgaand aan het ‘Bewust Keuze Gesprek’ belt het Zorgkantoor om me door het pakket formulieren heen te praten. ‘Daar zet u uw handtekening en op pagina 6 ook.’

Stap 23. De dame aan de telefoon zegt dat Harro onder punt 5 in de linkerkolom moet tekenen. In het formulier onder punt 5 staat dat beide ouders in de rechterkolom moeten tekenen.

Stap 24. Ondertussen ga ik alvast nieuwe zorgovereenkomsten met de zorgverleners invullen. Exact dezelfde overeenkomsten met dezelfde informatie. Alleen staat er nu ‘Wlz’ boven in plaats van ‘Jeugdwet’.

Stap 25. Ik probeer er niet aan te denken dat de SVB al onze informatie al heeft en het met 1 druk op een knop zou kunnen overzetten.

Stap 26. Het Bewust Keuze Gesprek zelf blijkt een verademing. Mensen die meedenken, mijn verzuchtingen snappen.

Stap 27. Als ik durf te bekennen dat we overstappen naar de Wlz vanwege de SKJ-registratie, knikt de dame van het Gesprek begrijpend en zegt: ‘Welkom bij de Wet langdurige zorg!’

En dan besluit ik om me maar gewoon welkom te voelen en de papieren rompslomp voor lief te nemen. Het vooruitzicht is dat het meteen de laatste keer is, helpt.

Wlz-indicatie

Wat een doorzettingsvermogen!

Acato is een school(tje) in Rotterdam dat is opgezet door ouders. Ouders van jongeren voor wie om uiteenlopende redenen geen plek meer is in het reguliere onderwijs. Thuiszitters dus, die bij Acato een plek vinden waar ze weer leren, actief worden en erkenning vinden. Geweldig dus, zou je zeggen. Toch moest Acato op last van de Rotterdamse politiek de deuren sluiten.

Regels en regels

Wat het probleem is? Acato past niet binnen de bestaande regels. Het is geen officiële school, maar ook geen officiële zorginstelling. Het is een plek waar jongeren weer plezier krijgen in leren, een plek waar ze graag komen. Een plek waardoor ze loskomen van hun isolement thuis.

Luister in deze radiodocumentaire naar de argumenten die de gemeenteraad aanvoert en de discussie die ontstaat. En schrik net als wij, als blijkt dat met één stem verschil de gemeenteraad besluit dat Acato er niet meer mag zijn.

Vastberadenheid

Het klopt, dit is geen inspirerend verhaal; alhoewel Acato nog steeds bestaat. Waarom het ons dan toch inspireert? Vanwege de ouders. Hun betrokkenheid, vastberadenheid en doorzettingsvermogen om dat te doen wat het beste is voor hun kinderen, is bewonderenswaardig. En moedigt aan om zelf ook die extra stap te zetten. Met elkaar geloven we dat de aanhouder wint.

acato

Ik wil het werk van wat niemand weet steunen en doneer een bedrag van: